Karin Voogd over Diederik Vermeulen

Revolutionairen of plagiaatplegers, de twee groepen waarin kunstenaars kunnen worden ondergebracht. Om plagiaat te plegen heb je behoorlijk wat techniek nodig. Als revolutionair heeft Diederik geen program. Diederik heeft niet zo’n ruziezoekend megalomaan ego als een Gauguin. Zijn werk is ook zo en wordt wel eens over het hoofd gezien. Als je hem een compliment geeft, zegt hij dat het werk per ongeluk is ontstaan. Als schilder kan hij zich klein voelen omdat anderen zo goed zijn. Toch is er regelmatig een werk van Diederik dat mij de adem beneemt. Of zoals dat dan gaat onder collega’s, dat mij jaloers maakt. Had ik het maar gemaakt. Diederik reageert op het compliment door te zeggen dat hij misschien toch liever schrijft of vertaalt of eigenlijk een goede wiskundeleraar was.

De plagiaatpleger moet iets kúnnen, de revolutionair moet iets dúrven. Voor Diederik moet er nog een categorie kunstenaars bij worden verzonnen.
Een schilderij van Diederik vind ik goed omdat het steeds lijkt alsof hij voor dat ene beeld een uitvinding heeft gedaan. Ik zat op de academie toen ik Diederik tegenkwam, die ik uit het oog had verloren. Hij bleek ook aan het schilderen te zijn. Hij had een gekke theorie. Dat je net zo goed de zogenaamde secundaire kleuren kon mengen om de primaire kleuren te krijgen. Dat er helemaal geen secundaire kleuren zijn. Ik piekerde erover en doe dat eigenlijk nog steeds. Het wilde er bij mij niet in dat je van groen en oranje een geel zou kunnen maken. Diederik is een alchemist. De alchemie staat aan de oorsprong van de schilderkunst. Die oorsprong is een soort drijfzand: aan de ene kant zoeken naar een oerstof en aan de andere kant goud proberen te maken. Sinds de komst van de chemie is alchemie iets engs of onnozels geworden, sinds de komst van allerhande tegenstrijdige dictaten in de kunst - van perspectief tot modernisme- is toveren met verf een beetje verdacht. Diederik gelooft er zelf niet helemaal in en wie ben ik dan om dat wel te doen?

Karin Voogd (4-2-2012)